Bach, Vivaldii en een afscheid




Kleinbeeld


 Muzikaal offer voor
overleden echtgenote



Kamiel D'Hooghe en het grote orgel
in de abdijkerk van Grimbergen
Al jaren ga ik als het enigszins mogelijk is eind juni naar Grimbergen en luister ik hoe mijn oom, organist en gedurende jaren directeur van het Koninklijk Conservatorium van Brussel, ons verhalen uit de orgelcultuur vertelt. De laatste jaren was het voor hem een hele uitdaging, want hij stond ook zijn echtgenote bij die leed aan een ziekte die heel wat mensen treft, de ziekte van Alzheimer. Deze week kon zij die lijdensweg afsluiten, maar toch, voor hem en de kinderen blijft het een verlies. Toch stelde Kamiel D'Hooghe een programma samen, waarin de vreugdevolle barok volop verklankt worden: Bach verwerkte vioolconcerti van Antonio Vivaldi tot orgelmuziek.

Al vaker had ik de idee dat we met onze manier van reizen veel van de wereld kunnen zien, maar dat het snelle reizen gelijk ook het zien van dingen in het gedrang brengt. Onderweg naar Grimbergen, niet elk alleen in de auto, maar zoveel als mogelijk samen rijdend, kwamen er ook gesprekken op gang, ook over onze tante, over het huis van de familie in Grimbergen en kregen herinneringen weer een betekenis. Nuchter beschouwd, zegt men dan dat die herinneringen over het verleden nauwelijks meer dan illusies zijn over hoe zouden willen wat het verleden geweest zou zijn. Ik vermoed dat het niet altijd goed is al te nuchter naar die facetten van ons bestaan te kijken. Wat we beleven, ook al is het in het in andere tijd, toen we zelf jong of kind waren, blijft van betekenis, maar de jaren geven er een patina aan, laten ook zien hoe we allemaal op onze eigen wegen, heel wat weg hebben afgelegd.

Het groeten van mensen die afgestorven zijn, het blijft altijd iets bijzonders, want jawel, het is een ritueel, waarin we een klein dank zeggen, het leven dat geweest is nog eens laten passeren en begrijpen dat die persoon voor elk van ons iets betekende dat we niet altijd goed kunnen uitleggen. Ook verdwijnen oude fricties. In het overlijden verdwijnt een leven, leerde ik uit de joodse cultuur, maar als het sterven vredevol verloopt en men kan er het een en ander van vertrouwen in het leven uit putten, dan is dat leven deel van het onze. Hier helpt ook geen lievemoederen aan en dat komt wel zo geruststellend voor.

Onderweg naar het mortuarium is er een zekere vrees, want sterven ontneemt het levende weefsel haar beweeglijkheid en zachtheid, maar dat weet eenieder. Het masker lijkt me altijd iets dat we moeten tot leven wekken, nog een keer. Praten over tante Agnes, zus in een gezin van meisjes, getrouwd met de organist ging zij zich verdiepen in de kunst en hield zij zich ook bezig met christelijke meditatie. Hoe het voor haar iets betekende weet ik niet, maar dat zij er zich zeer voor inzette, weet ik wel. Nu zijn er wel veel mengvormen waarin Oosterse wijsheid en christelijke tradities elkaar vinden en als mensen zich daar voor inzetten willen, dan kan men het toch niet zomaar waardeloos noemen, zoals ik vroeger wel eens hoorde. De christelijke traditie is, zeker als men de moeite doet met de woestijnvaders, met latere tradities zoals de Broeders en Zusters van het gemene leven, de Kartuizers... het gesprek aan te gaan, merkt men dat er voorbij de simpele geloofswaarheden ook iets leeft dat verder gaat dan een credo. Niet dat ik mezelf nu aan het christelijke mediteren zal begeven, maar wie er aanstoot aan neemt, denk ik, kan zich bezwaarlijk tolerant noemen. Overigens, gaat de persoon niet altijd nog voor op de denkbeelden die hij of zij koestert? En zou er iets mis zijn met mensen die mediteren? Ik dacht het niet.

Als je met zo een gemoedsgesteltenis naar het concert gaat, dan weet je dat er veel kan gebeuren, maar orgel luisteren kan ook een meditatie zijn en het programma dat de organist ons voorlegde en dat hij helemaal doorwerkte, leek wel een ode aan de vreugde en het leven. Antonio Vivaldi zelf was al een componist die durfde, dat wil zeggen die de formules die de barokmuziek schragen, voor minder gedragen ernst in te zetten. Of beter, veel van zijn muziek putte de mogelijkheden van zijn tijd uit en gaf er een nieuwe dynamiek aan. Ook Bach slaagde er met sprekend gemak in de conventies en het formalisme aan zijn laars te lappen en verder te gaan met wat de muziek dan men gewoon was. Toch, weten we, was Bach voor het publiek voor het publiek 100 jaar na zijn overlijden vergeten, maar Mozart, Beethoven en anderen hielden zich aandachtig bezig met zijn fuga's, met zijn verwerken van het contrapunt en ook wel het improviseren tijdens het concert.

Een van de vreugden van het muziek beluisteren bestaat erin dat men op verkenning kan gaan in wat mensen doen met zeven dan wel twaalf tonen en hoe ze met ritme, melodie en modulatie, herhaling en intervallen ons in enkele tellen tijd uit de tijd kunnen lichten. De abdijkerk van Grimbergen, die ik voor het eerst bewust betrad toen Duitsland Nederland van het Wereldkampioenschap afhield, heeft nog steeds die barokke uitstraling, waarin Bach en Vivaldi tot het hun recht komen. Maar wat zou men er dan van moeten maken, als ik onderweg van Gent naar Brugge, alleen in mijn auto naar Klara luister. Schone Kunsten, dat vormt een aardige verzamelterm, maar het is net in dat programma dat de gemakkelijke vervoering die men verbindt aan Kunsten, door Kurt van Eeghem vervangen wordt door iets anders. Nu goed, Kurt had zijn dagtaak er allicht al op zitten, maar ik bedacht toch hoe men in Vlaanderen - waar men zegt gelijkheid na te streven - in de media vaak bijzonder snobistisch uit de hoek kan komen als het over kunsten gaat, want alleen het beste is goed genoeg. Maar wie zegt wat het beste is? Juist. Ik zal niet beweren dat ik alle fouten in een uitvoering hoor, maar ik weet dat ik hopeloos verveeld kan raken, als het niet echt iets wordt. Gisteren kon men vijf toch redelijk uitgebreide stukken uitgevoerd horen worden, één van Johann Gotfriedt Walther, tijdgenoot van Bach en ook in Weimar actief en de ander van Johann Sebatian Bach. Er zat in die werken toch ook een scala van mogelijkheden, die de verkenning van die traditie lieten zien, hoe de ene componist de andere eer bewijst door diens werken nieuw leven in te blazen door ze voor een ander instrument of voor een andere bezetting te transcriberen en daarbij de eigenheden van die andere taal en toon te baat te nemen om het origineel er zo sterk mogelijk uit te laten komen. Ook Franz Liszt was in deze zeer bedreven en hij moet het nog graag gedaan hebben. Blijkbaar moet in men in Weimar veel van Vivaldi gehouden hebben en Bach, lezen we ook in de programmabrochure, vond het als jonge componist wel iets om die muziek voor orgel een nieuw leven te geven.

Dat Bach al wist dat repetitieve muziek kan aanspreken, hoorden we in het concerto in C BWV 594, waarin de muziek een lange tijd rond enkele noten draaide en mijn verwondering werkte. Achteraf bedacht ik mij dat Bach wel heel erg ver ging en dat hij het begrip creativiteit handen en voeten moet hebben gegeven die voor de tijdgenoot even opwindend moet zijn geweest als... ja, wat of wie zou men als punt van vergelijking kiezen? Nu goed, creativiteit blijken we vandaag nog altijd te verbinden aan originaliteit, maar zoals ook Stefan Hertmans in "Oorlog en Terpentijn" laat zien, kan men in het nawerken van de idee van een ander, zoals de grootvader had gedaan, ook een eigen toets toevoegen aan iets dat al bestond, om iets nieuws te maken. Deze orgelconcerti behoren, als ik het even naga niet direct tot de meest populaire werken, ook al omdat orgelmuziek dezer dagen zeer met kerkmuziek wordt verbonden. Ook dat wegzetten als functionele muziek blijkt kort door de bocht, want het topwerk, de Matthaeuspassie, was toch bij uitstek gevonden aan het kerkelijke feest van Goede Vrijdag?

Bach, die leefde in een tijd dat lijden en vroegtijdig sterven aan de orde van de dag was, ook voor hemzelf, ziet men graag als een stoffige pruik, maar behalve het feit dat de man zoiets geks als de Koffiecantate schreef, moet ook een behoorlijk vitaal man geweest zijn, die er niet voor terugschrok om te voet naar Lübeck te gaan, wat hem zijn job in Arnstadt kostte, wat hem echter middels het vertrek naar Mülhausen en kort nadien naar Weimar,  betere contracten opleverde en minder bedillerige opdrachtgevers. Die trekken en dat zelfbewustzijn van Bach kan men niet horen in de muziek, of beter, die muziek vormt er de uitdrukking van, dat hij durft te gaan waar anderen wellicht versagen.

De receptie was een weerzien met verschillende mensen, ook de dochter en zonen, de schoonzoon en schoondochters van Kamiel D'Hooghe, via Agnes en mijn moeder familie, want Agnes was het jongere zusje van mijn moeder. De deelneming hoefden we haast niet te betogen, want onze aanwezigheid was uiteraard al een vorm van deelneming en ja, op enig moment wordt zo een afscheid in plaats van stil zitten in tranen een moment van dankbaarheid om het leven dat zoveel leven had geschonken. De gesprekken gingen dan over het concert en over wat we dezer dagen allemaal mogen beleven, politici die gokken en zwaar verliezen, andere die goed beredeneerd hun mogelijkheden in de aanbieden zetten, zoals Macron doet. Het is goed te begrijpen denk ik, dat onze beeldvorming net zo vaak tekort schiet, als men naar complexe evoluties kijkt... tja, daar staat Bach ook voor, om schijnbaar eenvoudig het meest complexe materiaal ons voor te leggen.

Met de intendant ging het ook alweer daarover, Alexander D'Hooghe vindt immers dat men niet moet proberen elkaar via uitruil tot toegevingen te brengen, maar door gezamenlijk overleg tot een nieuw project te komen, waarbij men wel de inspanning moet doen de eigen a priori's even opzij te zetten. Dat wil zeggen dat als men het eens is over het probleem, de door te hakken knoop men vervolgens moet kijken welke toekomst men voor zich ziet. Het blijft een pregnante opmerking, want we willen soms wat graag dat een politicus alle oplossingen weet of dat experten onfeilbaar zouden zijn, maar de wereld van de beschikbare kennis is op zich al bijna onoverzichtelijk, het vermogen om al die kennis in de vingers te hebben vergt bovenmenselijke inspanningen, maar dan komt nog het moeilijkste, al die domeinen van kennis met elkaar te verbinden en te komen tot leefbare en als het even kan enthousiasmerende oplossingen. Dat kan alleen, denk ik met Alexander D'Hooghe, als we aan tafel gaan zitten en de ene expert niet boven de andere gezet wordt maar in een weliswaar soms lastig overleg tot eensgezindheid komt over het plan van aanleg dat voor de toekomst perspectieven biedt.

Zoals ook musiceren vaak de inbreng van experten vergt, niet enkel de maestro op de bok, zo gaat het ook in het maatschappelijke debat. De eenling die zich over een segment van het milieuprobleem, de watervervuiling heeft gebogen, kan wellicht ook wel eens iets aangeven dat de ingenieurs in hun grotere project kunnen versmelten met andere kwesties. Het blijft de verdienste van de Vlaamse regering dat zij voor de oplossing van het Oosterweelproject en het wegwerken van de verkeerscongestie voor een buitenstaander hebben gekozen die de vele partijen rond tafel kon krijgen en hen tot eensgezindheid kon brengen.

Het is wat wij kunnen doen om onze voorzaten, die ons dierbaar waren eer te bewijzen, door met eigen middelen en geinspireerd door de gedachte van John Steinbeck, Timshell, het beste te doen wat in onze mogelijkheden ligt, omdat we het nu eenmaal kunnen, aan de dag te leggen. Aan mijn tante Agnes denk ik wel eens terug, sinds ik van haar ziekte op de hoogte was en haar heb zien achteruit gaan, als de vrouw die mee de loopbaan van haar man ondersteunde en tevens een eigen domein vond, dat van de christelijke meditatie om zich voor in te zetten. Elk van die zussen hebben we dus leren kennen en waarderen, begrijpen lukte niet altijd, maar dat is het leven. Het ga u goed, Agnes en voor nonkel Kamiel, want dat is hij dan in eerste plaats, hopen we dat hij zijn oude dag, in vreugdevolle dankbaarheid en actief, met orgelspel, kan verblijden.

Bart Haers  


Reacties

Populaire berichten