Waarom Thomas More zijn dochters Latijn doceerde




Kritiek



More en het onderwijs voor vrouwen
More en zijn erudiete (stief-)dochters




Margaret Roper More, 1505 - 1544, was de
erudiete dochter van Thomas More, maar
zij kreeg vooral de kans om goede scholing
te krijgen, maar ze moest het wel zelf leren.
Onderwijs voor vrouwen blijft altijd een
graadmeter voor het algemene peil van een
cultuur. 
Meisjes en onderwijs, in onze cultuur is het vanzelfsprekend, enfin, wellicht pas sinds een vijftig jaar, want in vele families ging de aandacht naar de zonen, die een universitair diploma dienden te hebben. De vrouwen? Goede huismoeders, een beetje algemene cultuur en verder aan het fornuis geklonken of anders aan het salon. Het bleef dus lang stil, maar de bronnen spreken voor zich, niet elke familievader vond het schadelijk dat een dochter Latijn en Grieks leerde en zelf leerde denken.

Elisabeth Roper-More, de oudste dochter zou bekend staan als erudiet en elegant in én het Latijn en het Engels. Ook debatteren stond op het programma. Zoals More zelf in het huis van kanselier en aartsbisschop Morton had verbleven, vond More dat hij de middelen waarover hij beschikte diende aan te wenden om zijn kinderen de kans te geven te studeren. Waar het bij Norton een zaak van jongens was die page werden, stelde More zijn school open voor meisjes, ook zij die als pleeg- en stiefkinderen aan zijn zorg waren toevertrouwd.

De pedagogie waaraan ook Erasmus het zijne bijdroeg, zorgde ervoor dat de kinderen algauw met Latijn en Engels in eerste instantie, waarbij   More de dagelijkse zorg overliet aan zijn tweede echtgenote, Alice. Wilde hij geen schaduw werpen op het verloop, wellicht omdat hij er zich bewust van was te veeleisend uit de hoek te komen, want zomaar eens een complementje delen, viel hem niet zo gemakkelijk. Uiteraard had hij ook weinig tijd om zich intens met de gang van zaken in te laten.

 Toch was het een onderwijs dat het memoriseren niet schuwde, al moeten we ons vandaag afvragen of het niet juist dat memoriseren is dat ons in staat stelt met de opgedane kennis uit de voeten te kunnen. Immers, je kan niet best denken als je niet over een parate kennis beschikt en om Latijn te kunnen lezen, schrijven, spreken, had je heel wat oefening van node en diende je al die werkwoordsvormen en -wijzen syntactisch kunnen aanwenden.

Men kan zich overigens afvragen of het wel correct is dat we niets hoeven te memoriseren, omdat we het toch altijd wel kunnen vinden op het internet, maar anderzijds, als men zelf geen geheugen denkt te moeten hanteren, hoe komt men dan tot het leggen van verbanden? Juist, men meent dezer dagen dat men toch maar zou raaskallen, want men moet zeer cartesiaans bij de les blijven en als men over de klimaatzaak spreekt, dan gaat het enkel over het klimaat, toch. Edoch, klimaat, dat is een onvoorstelbaar complex systeem, waarbij geografie, menselijke geografie evenzeer bij betrokken is als de dynamiek van de passaatwinden, van hogedrukgebieden en van stormdepressies. Men kan zich op het gedrag van de straalstroom buigen, maar ook daar zal men het aantal nevenkwesties nauwelijks kunnen overzien.

Thomas More begreep, beter nog dan Erasmus vanuit zijn omgang met de macht, dat het niet volstaat veel te weten, maar ook nog eens hoe dat over het voetlicht te krijgen. De kinderen in het huishouden van Thomas More kregen dan ook een opleiding die doet denken aan wat men het ideaal van de Uomo Universale noemt, waarbij men, zoals Ackroyd over More zegt "a man for all seasons" wordt, maar beter zou kunnen bedenken dat hij in staat was en bereid om tegelijk met de laarzen in de Londense modder te staan en met geleerden om hem heen over de Ethica Nicomachea waarin een deugdenleer en levensopvatting aangedragen wordt, die More inderdaad na het hart lag. Maar de al te verregaande beoefening van de logica, waarbij die alleen nog naar zichzelf leek te verwijzen en geen nieuwe inzichten bracht, konden de "nieuwe mannen", de humanisten niet accepteren. Er was voor hem wel een waarheid, vervat in de bijbel, maar tegelijk kon men er niet altijd zeker van zijn of de bijbel die ze lazen niet gecorrumpeerd was geworden bij al die malen dat kopiisten in de loop der eeuwen de teksten hadden overgeschreven. Waar More ook in zijn onderwijsopvattingen op uit was, kan men toch wel modern noemen, of beter, blijkt dat wat wij modern noemen van alle tijden moet heten, namelijk dat leerlingen studenten worden en op zeker ogenblik zelf het heft in handen kunnen nemen.

Als magistraat en jurist was More al behoorlijk welstellend, in staatsdienst en als kanselier had hij een ruim inkomen, maar vermeld moet worden dat ondanks de huizen waar hij woonde, die groot waren, de man zelf sober leefde, vanuit een overweging dat men zich nergens aan te buiten mag gaan. Hij wilde, zoals hij in Utopia suggereerde, niet de indruk wekken voor zichzelf, laat staan voor anderen dat hij zijn beroepsbezigheden en zeker zijn hoge ambten nastreefde voor het persoonlijke gewin, maar net de functies naar behoren uitoefenen.

Ackroyd schrijft dat More, eens de school op poten stond en het programma besproken, hij veel overliet aan zijn echtgenote en aan de huisleraren, waarbij hij wel eens naging wat de kinderen hadden geleerd, maar ook daar naar de juiste maat zocht. Als hij in openlijk conflict komt met de koning en diens kliek, want zo zal het More hebben toegeschenen, was het zijn dochter die hem vaak bezocht, maar met wie hij ook nog altijd intellectuele discussies aanging. Zijn zoon John More stond hem ook na, maar zijn dochter betekende veel en kon ook een eigen netwerk ontwikkelen dankzij haar geleerdheid.

We nemen gemelijk aan dat meisjes geen onderwijs krijgen, maar al sinds ik over het bestaan van Hypatia las, de filosofe van Alexandria uit de vierde eeuw, die van haar vader en diens vrienden de beschikbare kennis kreeg aangeboden en daar uiteindelijk zelf ook eer mee inlegde, door te schrijven wat ze had geleerd, ben ik op de kwestie gestoten of ze de enige zwaluwen zijn, die mochten studeren terwijl het voor vrouwen verboden zou zijn geweest. Zouden er in het Brugge van de vijftiende eeuw geen meisjes en vrouwen geweest zijn die met schrijven en wiskunde in de weer waren? Het komt niet aan de orde in de meeste verwijzingen naar Brugge, meisjesonderwijs, vijftiende eeuw. Herman Pleij beschrijft wel hoe Anna Beins in Antwerpen tijdens de zestiende eeuw zelf onderwijzeres werd en naast haar dichtwerk met onderricht bezig was geweest. Zij verdedigde, net als Thomas More de oude kerk en vond dat de ketters zich miskeken op de problemen van de kerk, zoals hij zichzelf dood ergerde aan de invloed van die andere "nieuwe mannen", de Lutheranen, die Hendrik VIII op bepaalde gedachten brachten die konden helpen in zijn strijd tegen de Paus, de macht van de nationale kerk ook, die volgens hem teveel aan de greep van de troon ontsnapte en ook de financiële transfers naar Rome, via de annaten.

Margaret gold als de meest erudiete vrouw van Engeland, in staat om in het Latijn te schrijven en het Engels, wat ook onze aandacht wel moet trekken omdat More hier alweer een lijn uitzet die men met de humanistische cultuur niet zou verwachten, maar het is het praktische verstand van een hooggeplaatste die weet dat men ook met gewone mensen moet kunnen converseren en dat er ook dingen te zeggen vallen in de eigen taal. Als advocaat en bemiddelaar in conflicten leerde hij dat taal meer is dan "juist" formuleren, maar dat mensen soms heel goed hun intenties weten te maskeren door voor dit of dat woord te kiezen; juist formuleren is dus niet alleen zaak van de boodschapper, maar ook van de ontvanger, zoals More er ons aan herinnert  dat in het gesprek spreker en toehoorder elkaar al dan niet bewust goed fout kunnen verstaan. Vandaar dat hij belang zal hechten aan theater om ook zijn kinderen te leren hoe ze zich verplaatsen kunnen in de gedachten van anderen. Ook de rituelen van de tijd, feesten waar bijvoorbeeld kinderen het even voor het zeggen krijgen, lenen er zich toe. De aanwezigheid van een nar in de huiskring roept bij ons vragen op over "humaan bejegenen" van mensen, want een nar is bij uitstek iemand die uitgebuit wordt. Henry Patenson was blijkbaar de nar in dat huishouden.

Is More een hoveling, dan weet hij zich er ook tegelijk aan te ontrekken door zich in de kunst van het zwijgen te bekwamen, dat wil zeggen door nietszeggende frases te hanteren die hem niet verbinden. Nog eens, de pragmaticus More staat de idealist niet in de weg. Ook in zijn geschriften tegen de vermeende ketters zal hij weten welke argumenten er wel toe doen en wat niet. De kring die More rondom zich ziet groeien en waaraan hij als vader het zijne bijgedragen heeft, doet deels denken aan wat hij zelf bij de kardinaal heeft meegemaakt, maar hij herhaalt niet domweg wat hem is meegegeven. Er zit in het feit dat hij zijn dochters een verzorgde opvoeding geven wil ook een gedachte die men in de achttiende eeuw ook wel kan opmerken: ook meisjes, vrouwen moeten onafhankelijk en autonoom keuzes kunnen maken. Verwees ik naar de achttiende eeuw, dan zal het wel opvallen dat zowel Rousseau als Kant de vorming van meisjes niet zo genegen waren, maar Emilie du Chatelêt kreeg wel de kans en toen kwamen er via de salons en andere kanalen vrouwen naar voor die juist wel zeer geschoold waren. Had Molière nog de spot gedreven met de "Savantes", dan zal tijdens de achttiende eeuw het aantal vrouwen hand over hand toenemen dat zich met kennis wenst in te laten. Alleen, helaas, moet men bronnen heel aandachtig doornemen. Iemand als Madame de Pompadour, die men kent als Jeanne Possoin, Madame de Pompadour, die wel degelijk ook als beschermster van kunstenaars en schrijvers opstelde, daarbij gesteund door Louis XV.

De conclusie zou dan ook moeten luiden dat cultuur verwerven meer is dan een laagje vernis aanbrengen op de ruwe bast, maar net de noodzakelijke voorwaarde vormt om zich in een samenleving staande te kunnen houden en er zelf ook iets aan bij te dragen, om tot slot in de beste Aristotelische traditie deugdzaam te leven.

Deugdzaamheid in de betekenis die men er filosofisch aan kan geven, waarbij men er niet vanuit gaat dat men zich niet eens te goed mag doen, maar ook geen slaaf van de zinnen wordt of alleen het eigen geluk zou nastreven, ten koste van anderen. Deugdzaamheid is immers ook altijd weer onderhevig aan de beoordeling van de omstandigheden en de rede kan helpen, maar die rede kan ons ook helpen overdenken wat andere mensen denken en hoe we daar rekening mee te houden hebben of niet.

Wat de betekenis is van het onderwijs voor vrouwen dat More opzette en navolging zou hebben gehad, heeft precies te maken met de zorg die we ook vandaag opmerken, namelijk dat mensen zich niet altijd kunnen verlaten op wat de autoriteit stelt. In een volgende en afsluitende reflectie zal dan ook de houding van More tegenover de Kerk en tegenover de koning uitgebreider aan bod komen. Afhankelijk van de accenten die men bij de lectuur legt, kan men in More een trouwe en loyale dienaar van de macht vinden, maar meer overtuigend blijkt de idee dat hij de koning, als die rond zijn huwelijk met Catharina van Aragon en vervolgens met Anna Boleyn allerlei machinaties op poten zette, de goede orde van de samenleving in het geding bracht en finaal voor schijnprocessen niet terug is geschrokken, niet wenste te steunen. Echter, wie zwijgt, lijkt toe te stemmen. Doch zelfs dat zwijgen van More was voor Hendrik VIII en Thomas Cromwell verontrustend. More schreef hierover aan zijn dochter.

Kende u die mevrouw Margaret Roper, geboren More? Ik had er nog niet vaak over gehoord, maar blijkbaar is dat het lot voor wie in de geschiedschrijving niet als prominent wordt geacht. Toch staat Margaret model voor de vrouw die een uitstekende vorming mocht genieten dankzij haar vader en die in de Engelse samenleving ook wel enige naam had. Het valt op dat we nogal moeten zoeken naar andere vrouwen in die tijd, maar men mag er geredelijk vanuit gaan, denk ik, dat ook andere familievaders hun dochters wat meer hebben meegegeven aan vorming dan het spreekwoordelijke spinnen en borduren. Iemand als Anna Bijns laat overigens zien dat het wellicht minder een zaak van voorrechten was dan men geneigd is te denken. In elk geval, dat de geschiedenis al eens laat zien dat onze vooroordelen niet geheel kloppen, houden we best ook in gedachten.


Bart Haers   

Reacties

Populaire berichten