Niet meer zo katholiek



Kritiek


Het leven boven alles
Hoe katholiek is het uitzichtloos te lijden?


De Belgische provincie van de Broeders van
Liefde moet in ogen van Rome de eigen
visietekst herzien, afzweren dus. De orde
werd in 1807 opgericht door kanunnik Petrus
Jozef Triest (1760 - 1836). De orde is erkend
pauselijk recht, wat een directe link met
het vaticaan veronderstelt. Gaat de visietekst
over euthanasie echt tegen de kerk in? Of
tegen het recht omtrent euthanasie dat in
dit land gestemd en ontwikkeld werd? Hoe
menselijk is die visietekst? 
De Broeders van Liefde hebben in België een stevige voet aan de grond als het over Geestelijke Gezondheidszorg gaat en de instellingen die ze beheren, waar ze werkzaam zijn, komen dus met dilemma's in aanraking, waar de principiële afwijzing van euthanasie op de helling komt te staan[i]. De hoogste leiding van de Broeders blijkt er niet mee opgezet en ook het Vaticaan meent, volgens Tertio, dat het een weinig katholiek standpunt is de mogelijkheid van euthanasie te overwegen voor mensen die psychisch uitzichtloos lijden. Zelf denk ik dat men voorzichtig moet zijn met het toedienen van euthanasie aan mensen die niet zelf hun wensen kunnen uiten. Aan de andere kant, de idee dat men mensen moet laten lijden zonder uitkomst, vergt toch een meer genuanceerde benadering.

Mensen die dementeren, psychiatrische patiënten die met zichzelf geen blijf meer weten, mensen die een zware mentale handicap te dragen hebben, lijden allicht uitzichtloos want de aandoeningen zijn, zegt men, irreversibel. Voor psychiatrische aandoeningen ligt dat dan ook weer complexer, maar al die personen hebben geen mogelijkheden, denken we, om de levenswens te uiten of omgekeerd, de wens te uiten dat het mag stoppen. In wezen zijn de omstanders hier verantwoordelijk voor een verantwoordelijk handelen en daar schiet het Vaticaan tekort.

Alleen al deze gedachte schoot me door het hoofd: het Vaticaan weigert abortus te aanvaarden als de vrucht quasi zeker met een beperking ter wereld zal komen die het zwaar zal doen lijden - als het kan moet men dat goed overwegen, maar anderzijds kan men bedenken dat er wel eens mensen geboren worden met al dan niet verborgen gebreken, die toch iets hebben betekend, wat echter niet bij de geboorte in de sterren geschreven stond. Vervolgens mogen artsen en omstanders niet nagaan of en hoe ze best het welzijn van die persoon kunnen bewerkstelligen, zonder aan euthanasie te denken, mogen denken. Het roept vragen op, want al denk ik dat het recht op leven en de bescherming ervan belangrijk is, denk ik niet dat men mensen uitzichtloos moet laten lijden. Maar welke normen hanteren we om dat vast te stellen? De houding van het Vaticaan weerspiegelt een weigering de vooruitgang in kaart te brengen en mogelijkheden om zinvol leven te bevorderen. Nu de gemiddelde leeftijd van mensen tot grote hoogte is toegenomen, boven de 80 voor vrouwen, is het duidelijk dat al die mogelijkheden nog niet betekenen dat mensen hun leven (nog) zinvol vinden. In Nederland struikelt de formatie bijna op deze vraag, maar daar zijn niet de katholieken de gebeten hond, wel een protestantse partij. Hun zorg kan men niet zomaar naast zich neerleggen, maar wel moeten we durven vragen te stellen over zinvol leven en andere kwesties. Mensen een eeuwig leven, 150 jaar voorspiegelen zonder te weten of ze die lange levensloop met genoegen kunnen doorbrengen, lijkt me ook niet aangewezen.

Psychisch lijden komt voor in vele vormen en de vraag of we mensen moeten laten lijden, kan men niet aan de schrijftafel oplossen. Dat mensen door depressie of andere aandoeningen getroffen de zin te leven niet meer ervaart, kan men nog begrijpen. Ook als blijkt dat artsen er niet in slagen een behandeling te vinden die een persoon blijvend herstel te bezorgen, zal men proberen te zien of de patiënt nog iets met het leven aan kan vangen. Eenvoudig is het niet om dat inzicht te vormen, omdat gesprekken niet altijd mogelijk zijn. Maar de tijd van de langdurige opnames, langer dan vijf jaar, lijkt stilaan achter te rug te zijn voor de grote meerderheid van de patiënten, de vraag of men een voldoende mate van herstel kan bereiken is er een andere. Het valt op dat de discussie met de verschillende instanties de kwestie van het al dan niet overwegen van euthanasie belangrijker is dan de reële situatie van de patiënt, de lijdende, als persoon en in de omgeving, thuis of in een voorziening, met andere woorden dat, waar de Belgische provincie van de Broeders van Liefde proberen een humane benadering van het vraagstuk te formuleren, met veel voorbehoud en veel mitsen en maren, daarbij de vigerende wetgeving volgend, over zowel de pathologie, de behandelbaarheid en zelfs een traject van Levensperspectief te volgen, tenzij er alleen voor de patiënt de mogelijkheid blijft van euthanasie, ook al is hij of zij niet terminaal.

Leest men die tekst, dan merkt men dat er in Vaticaan een zekere onwil bestaat de levensomstandigheden van patiënten die uitzichtloos psychisch lijden ervaren ernstig te nemen en dat dit niet enkel een subjectieve beleving blijkt, dan zal men toch voor een zinvolle uitweg moeten zorgen. Maar goed, we zagen al dat mensen die zelden de pijn van het zijn ervaren graag het leven boven alles stellen en zelfs onbehandelbare baby's ten koste van alles in leven willen houden. Let wel, dit is een verworvenheid van moderne geneeskunde en dat net vergt dat we aandachtiger de waarden gaan afwegen.

De aandacht in de media voor het harde standpunt van het Vaticaan gaat dan vooral naar dat aspect, de macht om iemand te dwingen een verworven inzicht te herzien. Dat de Broeders van Liefde in België behoorlijk prominent aanwezig zijn, maakt het dossier er ook wel saillant om. De vraag over de machtsverhoudingen mag evenwel de kwestie van het leed niet uit de weg gaan. Bij diepe depressie, als ik de term mag gebruiken, gaan mensen wel eens over tot zelfdoding, wanneer ze zich plots van hun onmogelijkheid volkomen te leven bewust worden. De zelfdoding komt dan in wat men een helder moment noemt, maar het is wonder dat artsen en verpleegkundigen er wel in slagen toch ook die patiënten op de weg van herstel te brengen. Dat lukt niet altijd, maar zijn er wel betrouwbare cijfers voorhanden over hoe vaak dat niet lukt? Of data over mensen die een half leven lang in zo een wisseltoestand moeten leven? Want uiteindelijk zal men moeten vaststellen dat de levensverlengende omgevingsfactoren ook voor mensen die uitzichtloos psychisch lijden een grote invloed heeft, terwijl hun levensverwachting 15 jaar minder uitvalt dan voor andere mensen. Maar als we op 65 jaar uitkomen en iemand lijdt gedurende 15 tot 20 jaar aan vaak weer opduikende psychische problemen, dan kan men inderdaad veronderstellen dat dit uitzichtloos lijkt.

De opdracht om de visienota te herzien komt mij bedenkelijk voor en eerder zouden de curievaders eens moeten nadenken over de praktijk van geestelijke gezondheidszorg in ons land en in Europa in het algemeen. Als Rome spreekt, zal iedereen zwijgen terwijl het toch niet te ontkennen valt dat Rome graag uitpakt met de grote middelen als de grote principes, bescherming van het leven, want het lijkt zo evident dat men niet zal doden noch zelfmoord zal plegen. Te betreuren valt dan wel dat men van principes niet leven kan. Conclusies vormen op grond van eeuwig gewaande principes, zoals het Vaticaan doet, zonder rekening te houden met de ontwikkelingen in de samenleving, maakt het instituut - indien nog nodig - ongemeen ongeloofwaardig. Maar dit geldt niet enkel voor het Vaticaan. Bovendien moet de RKK hier een oordeel formuleren over een interne instelling, die de rode lijn zou hebben overschreden. Leest men de visienota, dan kan men alleen vaststellen dat men het leven beschermwaardig vindt en dat dit principe boven alle andere, zoals de autonomie van de patiënt en de zorgrelatie met de patiënt gaat, maar er niet los van kan worden gezien. Dat men dus expliciet nadenkt hoe men onder voorwaarden die de wetgeving eist, in kan gaan op de euthanasievraag van een patiënt, kan men alleen maar een vooruitgang noemen in het denken van zo een instelling, die zich expliciet katholiek noemt.

Het zou dus een hele opluchting bieden als instanties in het Vaticaan de wijsheid van "ondergeschikte" besturen zouden waarderen, in plaats van te zwaaien met een enkel woord. Natuurlijk staat in de Bijbel "Gij zult niet doden", maar de samenleving en de medische mogelijkheden die we kennen, hebben het leven bijna oneindig opgerokken en daar moet men verheugd om zijn. Alleen zijn we allen sterfelijk en komt er vroeg of eerder laat een eind aan.

Hoe beleven we dat leven dan? Komt men al eens het nodige cynisme tegen of mogelijk een zekere levensmoeheid, kan men ook mensen aantreffen die blijk geven van grote levensvreugde, al begrijpen wij daar niet veel van, zien we geen redenen voor die levensvreugde, omdat er sprake is van een of andere aandoening. Het geval wil dat we aannemen dat mensen altijd op dezelfde manier reageren op dezelfde omstandigheden, c.q. aandoeningen. Het leven is beschermenswaardig, maar als zwaarwegende omstandigheden een persoon het leven ondragelijk maken, heeft de wetgever het wenselijk geacht, onder voorwaarden een medisch begeleide euthanasie mogelijk te maken. Daarbij was het voorbehoud voor psychische aandoeningen van groot belang voor vele parlementsleden. Niet terminale patiënten die uitzichtloos lijden omwille van hun aandoening werden gespaard dan wel het recht ontzegd. Later wilde men op die inperking terugkomen, wat in het politieke debat opnieuw tot spanningen leidde, maar het publiek leek de gedachte aan euthanasie redelijk genegen.

De hamvraag die het Vaticaan nu wenst op te werpen luidt dat men het verbod te doden en de bescherming van het leven boven alles stelt, maar de medische en algemene levensomstandigheden brengen ons ertoe ons af te vragen hoe we dat op een menswaardige wijze te doen. Leed dat we onszelf aandoen, heette het, moet men uitzweten, voor eeuwig en drie dagen. Echter, als het leed komt met het leven of doordoen van anderen, zo heette het, diende men de goddelijke wil nog niet te weerstreven. Doch, daders werden vervolgd, geleidelijk aan volgens een rechtspraktijk die niet zover afstaan van de onze. Maar als de geneeskunde zoveel mogelijkheden biedt, dat mensen kunnen overleven, die voorheen voor of kort na de geboorte waren gestorven, binnen de vijf jaar, nu wel overleven en volwassen worden, dan zal men hem of haar de nodige zorgen niet ontzeggen. Dan komt de kwestie heel dicht bij de vragen over wie mag beslissen over leven en dood. Die kwestie afhandelen op grond van een principe, oogt duidelijk en lijkt ethisch veilig, maar zal altijd weer door de ervaren werkelijkheid in vraag gesteld worden. Goed overleg met patiënten die om een genadig levenseinde vragen en dat doen in volle bewustzijn en aanhoudend komt hen tegemoet en opent zelfs nog mogelijkerwijze een andere weg, die van het levensperspectief. Als de Broeders van Liefde tot deze bevinding zijn gekomen, kan men dat wel degelijk onderbouwen, ook binnen een christelijke traditie. Weigert Rome deze overwegingen, dan lijkt het erop dat de discussie niet meer over het goede leven gaat.

Bart Haers






[i] https://www.broedersvanliefde.be/sites/BVL/files/visietekst_euthanasie_maart_2017.pdf

Reacties

Populaire berichten